surfen

Het weer wordt steeds beter en de zomervakantie komt dichter en dichterbij. Het verlangen om op vakantie te gaan begint te kriebelen… Wellicht heb je al plannen voor een vakantie, zoals een surfvakantie! Als je van plan bent voor het eerst een surfplank te bestijgen, of als je nog een beginnende surfer bent, dan is dit artikel voor jou. We zullen de do’s en don’ts voor je op een rijtje zetten en wat algemene tips!

Algemene tips

Om te beginnen zullen we je een paar algemene tips geven. Kies ten eerste een mooie bestemming uit, surf het internet af (haha, see what we did there), en lees vooral veel reviews. Let vervolgens goed op wanneer je de vakantieperiode kiest. Let vooral op het ‘seizoen’, aangezien je in sommige seizoenen beter kan surfen in verband met het weer en de wind op dat moment. Zorg er verder voor dat je veel en genoeg kleding meeneemt (kijk hier voor zomerse ibiza kleding), maar ook een wetsuit! Ten slotte nog de tip om goed contact te houden met vrienden en familie: je doet iets cools maar ook relatief iets gevaarlijks. Geef dus vaak een belletje of stuur ouderwets een kaartje (met een postzegel, hoeveel zou die kosten?).

Do’s en don’ts

Huur daar op bestemming een surfboard in plaats van dat je er een mee zeult. Niet dat we er van uitgaan dat je zelf al een surfboard hebt, maar je zou er natuurlijk één kunnen lenen. Ons advies is om dat niet te doen. Het bespaart ongelofelijk veel ruimte en gedoe, daarnaast is de kans op beschadiging erg groot wanneer je hem mee neemt als bagage.
Kies een goede surfschool uit daar op bestemming, ook hierbij geldt: lees veel reviews. Je hebt goede begeleiding nodig voordat je in het diepe wordt gegooid. Leer de basics en leer veilig surfen. Het is belangrijk dat je je op je gemak voelt bij de instructeur.
Doe van tevoren aan wat krachttraining, ga naar de sportschool zodat je stevig op je surfplank kan staan zo.
Onthoud ten slotte dat je het langzaam aan mag doen! Neem de tijd die jij nodig hebt.

Er zijn tegenwoordig zo veel verschillende opleidingen, dat we door de bomen haast het bos niet meer kunnen zien. Gelukkig weten jullie, als bezoekers van deze site, dat jullie sporten heel leuk en interessant vinden. En raad eens?! Er bestaan natuurlijk verscheidene sportopleidingen. Op verschillende niveaus, en in verschillende plaatsen. Deze opleidingen worden over het algemeen als erg leuk ervaren: het is actief, de stages (https://www.nustage.nl/) zijn leuk, de leerstijl is fijn, etc. In dit artikel zullen we een paar (grote) sportopleidingen bespreken!

ALO: Academie voor Lichamelijke Opvoeding

Dit is een opleiding op HBO-niveau: het is een lerarenopleiding voor lichamelijke opvoeding. De ALO zit in meerdere steden in Nederland. Ze vestigen zich in: Zwolle, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen, Groningen en Amsterdam. De reviews over deze opleiding zijn positief. Hij is erg gericht op het werkveld, waardoor je een goede indruk krijgt. Zo loop je in het eerste jaar al stage. Mocht je het toch niet zo leuk vinden, dan ben je daar bij deze opleiding al snel achter. Verder is er sprake van een goede afwisseling tussen theorie en praktijk. Wat je leert kun je daarna gelijk toepassen. De sfeer is ook goed: niet al te streng, maar wel controlerend. Tot slot is het niveau niet makkelijker of moeilijker dan andere HBO-opleidingen.

CIOS: Centraal Instituut Opleiding Sportleiders

Het CIOS is op MBO-niveau, maar heeft wel wat meer gespecificeerde richtingen dan een enkele andere MBO sportopleiding. Zo kun je kiezen uit: sport- en bewegingscoördinator sport, bewegen en gezondheid, MBO dans, CIOS sport- en bewegingscoördinator (niveau 4), CIOS sport- en bewegingsleider (niveau 3) en CIOS sport- en bewegingsbegeleider (niveau 2).

De eerst genoemde opleiding is alleen te volgen in Haarlem – Hoofddorp. De tweede opleiding, MBO dans, is te volgen in Goes – Breda en in Sittard – Venlo. De laatste drie opleidingen vestigen zich in: Arnhem, Goes – Breda, Haarlem – Hoofddorp, Heerenveen – Leeuwarden en Sittard – Venlo.

Tot slot zijn er nog veel meer MBO sportopleidingen, deze zijn onder anderen te vinden op de ROC scholen.

sporten-sponsor

Welke sport je ook beoefent, er kan altijd een mogelijkheid zijn om je te laten sponsoren. In dit artikel zullen we de verschillende aspecten hiervan behandelen. Wat houdt het in als iemand/iets je sponsort? Hoe bereik je het dat iemand/iets je gaat sponsoren?

Wat houdt sponsoren in?

Het werkwoord sponsoren betekent letterlijk financiële steun bieden. Een sponsor is een organisatie (bedrijf) of een persoon, die een persoon, een groot project, een team of een evenement steunt door geld of middelen te geven. In ruil daarvoor zal het bedrijf (bijvoorbeeld) publiciteit verkrijgen, door de merknaam te weergeven.

Sportsponsoring is de meest voorkomende soort van sponsoring. Dit kwam (écht) op gang na de Olympische Spelen in Los Angeles in 1984, er was toen sprake van een succesvolle sponsorpropositie. Feitje: in 2009 lag het totale sportsponsor bedrag wereldwijd op 21,6 miljard (!) euro.
Bekende sporticonen worden gebruikt om producten, niet-sport producten, te promoten via sport om mensen over te halen het product aan te schaffen. Kennen jullie de Calvé-pindakaas reclame nog met Pieter van den Hoogenband?

Hoe zorg je ervoor dat iets/iemand je sponsort?

Eigenlijk moet je in het begin een soort reclame voor jezelf maken. Dit kan bijvoorbeeld door echt in persoon langs te gaan bij bedrijven en dergelijke. Laat dan flyers drukken die je achter kan laten. Tip: als je dit doet in de vorm van een vector bestand, weet je zeker dat de kwaliteit in tact blijft.

In de topsport gaat dit allemaal een stuk gemakkelijker. Deze wedstrijden komen namelijk veel meer onder de aandacht van het publiek (en dus de consumenten waar sponsors zich op richten). Vaak worden wedstrijden uitgezonden. Zie maar eens het voorbeeld hierboven van de Olympische Spelen.
Als niet-topsporter is het belangrijk om iemand over te halen dat de merknaam op bijvoorbeeld het tenue voor publiciteit zorgt omdat er over het algemeen veel mensen komen kijken naar de wedstrijd.

Er is veel onderzoek gedaan naar sporten op muziek, en of dit voor een betere sportprestatie zorgt. De uitkomsten zijn bevestigend: muziek kan inderdaad voor een betere sportprestatie zorgen! In dit artikel zullen we dit uitgebreider behandelen en kijken naar het verschil tussen duurtraining en krachttraining. Zal een cd van hitzone zorgen voor beter uithoudingsvermogen? Of bereik je dit met klassieke muziek? Wij zoeken het voor je uit!
 

Effecten van muziek

Een van de eerste bewijzen werd gevonden door een Amerikaanse onderzoeker, Leonard Ayres, in 1911: fietsers fietsen sneller als er een band langs de baan speelt, dan wanneer er een stilte heerst. Sindsdien komt er alleen maar meer bevestiging dat muziek het lichaam (en de geest) beïnvloedt tijdens het sporten.

We zullen de effecten van muziek hieronder kort opsommen:

  • Door muziek te luisteren wordt je afgeleid waardoor je de pijn en vermoeidheid als het ware ‘vergeet’
  • Je uithoudingsvermogen wordt vergroot (sluit een beetje aan op het vorige punt)
  • Vrolijke muziek zorgt ervoor dat je je beter voelt doordat er meer dopamine wordt geproduceerd
  • Door meer dopamine kan je je goed focussen op het bewegen

 

Muziek en duurtraining

Zoals eerder vermeld kan muziek je afleiden van het gevoel van vermoeidheid. Negatieve gedachten worden onderdrukt door muziek. Hierdoor verhoogt je uithoudingsvermogen, wat natuurlijk belangrijk is bij duursporten. Daarnaast beweeg je al snel mee op het ritme van de muziek, waardoor het sporten constanter en efficiënter wordt.

Muziek en krachttraining

Sporters kunnen een gewicht vaak langer vasthouden op een bepaalde positie terwijl ze naar muziek luisterden, dan sporters die niet naar muziek luisterden. Hieruit zou je kunnen concluderen dat muziek een positieve invloed heeft op isometrische krachtinspanning (dit zijn statische inspanningen waarbij de lengte van de spier niet verandert).

Bij krachttraining werkt rustige muziek niet tot nauwelijks, je moet in plaats daarvan naar stimulerende muziek luisteren wil je de positieve effecten ervaren.